Voordat je kan ingrijpen, moet je eerst begrijpen wat er aan de hand is. Zo zal een arts eerst kijken wat er aan de hand is – een diagnose stellen – voordat er behandeld gaat worden.
Wanneer het bij een kind niet ‘vanzelf’ gaat op school en/of thuis, kan het helpend zijn om een diagnose te laten opstellen. Hieronder wordt op hoofdlijnen beschreven hoe dit meestal gaat. Er zijn ook andere manieren mogelijk.
Diagnoses bij kinderen worden meestal gesteld via een multidisciplinair onderzoek dat bestaat uit gesprekken met ouders en leerkrachten, observatie van het kind, het invullen van vragenlijsten, en soms specifieke tests, uitgevoerd door specialisten zoals een GZ-psycholoog, kinderpsychiater of specialistische kinderarts. Het doel van dit alles is de ontwikkeling, gedrag en symptomen te begrijpen en de juiste ondersteuning te bieden.
(Mogelijke) Stappen in het diagnostisch proces*:
- Verwijzing: De eerste stap is vaak een zorgwekkende observatie door ouders, school, de huisarts, of het consultatiebureau, wat leidt tot een verwijzing naar gespecialiseerde jeugdhulp.
- Intake & Anamnese: Er vindt een uitgebreid gesprek plaats met de ouders (anamnese) over de algemene gezondheid, ontwikkeling, thuissituatie, en familiegeschiedenis van het kind.
- Observatie & Vragenlijsten: Specialisten observeren het kind in verschillende omgevingen (thuis, school, therapie) en gebruiken vragenlijsten (voor ouders, leerkrachten) om gedrag en ontwikkeling in kaart te brengen.
- Tests & Onderzoek: Er kunnen specifieke tests worden afgenomen, zoals observatie-instrumenten (bv. ADOS-2), niveaubepalingen, of medische onderzoeken om andere oorzaken uit te sluiten.
- Multidisciplinair Team: Vaak werkt een team van professionals samen (bv. psycholoog, arts, orthopedagoog) om een compleet beeld te krijgen.
Wie stelt de diagnose (meestal)?
- GZ-psychologen & Psychiaters: Stellen diagnoses zoals autisme, ADHD, of selectief mutisme vast, vaak in samenwerking met andere hulpverleners.
- Kinderartsen, Kinderrevalidatieartsen, Kinderneurologen: Betrokken bij medische oorzaken, syndromen, of motorische stoornissen zoals DCD.
Dynamisch
Kinderen ontwikkelen zich voortdurend, dus een diagnose kan soms veranderen in de loop van de tijd. Als ouder ben jij ervaringsdeskundige en je kan meestal prima zien of een eerder gestelde diagnose nog van toepassing is. Als je twijfels hebt bij een gestelde diagnose, geeft dat dan bij elke nieuwe hulpverlener aan.
* Deze processen lopen soms net iets anders, dit zijn de algemene grote lijnen. Laat je steeds goed informeren over de gang van zaken en zorg dat jij als ouder kan bepalen wie inzicht heeft in de onderzoeksgegevens, nu en in de toekomst.