Spring naar inhoud

Diagnoses

Als je iemand voor het eerst ontmoet, deel je hem of haar al snel in je hoofd in een bepaalde categorie in. Door hoe iemand spreekt en doet, door hoe hij of zij kijkt, gaat je hoofd aan het ordenen: deze persoon lijkt op ……. en hoort daardoor in het hokje “rustige mensen” of “gesloten types” of “iemand met OCD” of nog anders.

Vaak gebeurt zo’n indeling in je hoofd heel snel en onbewust en soms moet je later je eerste indruk bijstellen. Soms valt dat niet mee.

In zo’n eerste moment vorm je je eigen ‘diagnose’ en daarmee kies je (onbewust) voor een bepaalde bril waarmee je deze persoon voortaan bekijkt. Dat dit gebeurt is niet voor niets en heeft wat voordelen. Helaas zijn er – zoals bij alles – ook nadelen.

Als ouder heb je zo ook een beeld van je kind. Dat beeld is veel complexer dan het beeld dat je hebt van mensen buiten je gezin. Juist omdat je eigen beeld veel uitgebreider en genuanceerder is, kan het lastig zijn wanneer iemand een diagnose van je kind opstelt en hij/zij het beeld daarmee enorm versimpelt.

Een diagnose plaatst iemand in een bepaald hokje. Bij dat hokje horen allerlei zaken: als je dit hebt, doe je altijd zo, met deze diagnose kan je heel goed …., maar kan je juist niet goed ….. Bij een diagnose horen allerlei ‘standaard’ dingen, die soms deels niet of helemaal niet bij jouw kind passen.

Het kan helpend zijn om een diagnose te zien als niet meer dan een labeltje dat je soms kan gebruiken. Weet in ieder geval dat jouw kind niet de diagnose ís, hij of zij is zoveel meer dan dat.

Soms zijn ouders blij als er een diagnose wordt gesteld. Wat zij altijd al dachten wordt erkend en met de diagnose kan gerichte hulp worden gevonden.

Het tegenovergesteld kan ook: vanwege de diagnose kan je kind niet op de eigen school blijven of wordt ineens anders behandeld door de (volwassen) omgeving, je kind wordt de diagnose……

Mogelijke vervolgpagina’s: