Spring naar inhoud

Voorbeelden

Omdat "advies geven" een heel ruim begrip kan zijn, vind je op deze pagina een aantal voorbeelden. Iedere ouder van een kind waarmee het niet vanzelf gaat heeft zijn of haar eigen verhaal. Misschien lijkt dat van jou wel op een van de voorbeelden. Ik hoop in elk geval dat ze duidelijk kunnen maken wat ik voor je kan doen.

Is jouw verhaal heel anders, neem dan ook contact op. In een eerste (gratis) gesprek kunnen we kijken of ik iets voor je betekenen kan.

De drie voorbeelden hieronder zijn natuurlijk geanonimiseerd en zijn waargebeurde verhalen uit mijn praktijk van de afgelopen jaren.

Voorbeeld 1: Leerling kan toch op school blijven bij broertje en zussen

Een leerling heeft door een ongeluk als kleuter NAH (niet-aangeboren hersenletsel) opgelopen, waardoor er een behoorlijke gedragsverandering is gekomen. Vooral emotieregulatie en het 'verstaan' van sociale situaties is moeilijk voor hem. In de loop van groep 3 en vooral groep 4 wordt het voor de school steeds lastiger om hem goed te begeleiden, er wordt over gedacht en besproken dat een andere school misschien beter voor hem zou zijn.

Ouders willen dit (liever) niet, zij willen dat hij op school blijft bij zijn broertje en zussen. Ze zien wel dat het niet goed lukt op school. Dat merken ze vooral thuis. Ook op dagen dat het op school goed gaat, volgt thuis een enorme ontlading. Het is duidelijk dat er iets moet gebeuren. Ouders gaan op zoek naar mogelijkheden voor extra ondersteuning.

Ik werd hierbij betrokken omdat ik op deze school aan het werk ging en deze ouders op de eerste werkdag bij mij aanklopten. Met ouders en een landelijke adviesgroep voor kinderen met NAH zijn we gaan zoeken naar mogelijkheden. Er was (veel) extra begeleiding nodig om de leerling te helpen op school en thuis, waarbij het doel was dat hij zoveel als mogelijk het op eigen kracht in de wereld zou gaan redden. De adviesgroep dacht vanuit hun expertise heel goed mee.

Er werd ondersteuning gevonden die de leerling onder lestijd op school kon begeleiden (1 op 1) en met hem/haar aan de slag ging met o.a. emotieregulatie vanuit de mogelijkheden op dat moment. In eerste instantie was de begeleiding bijna de hele lesdag 1 op 1, later kon er wat afgebouwd worden en hoefde de ondersteuner niet meer direct naast de leerling te zitten (maar buiten de klas) en werd meer en meer aan zelfredzaamheid en zelfkennis gewerkt. Ook thuis werd in door dezelfde begeleiders ondersteund.

Er was hierbij een intensieve samenwerking nodig van ouders-school-ondersteuners-adviesgroep en leerling. De ondersteuners en de adviesgroep verzorgden ook ondersteuning en kennis voor de leerkrachten van de leerling. De mogelijkheden van de school groeiden hierdoor.

Natuurlijk was dit een kostbaar traject, waarbij de jeugdhulp via de gemeente werd ingeschakeld. Jaarlijks moest keer op keer gestreden worden om beschikkingen verlengd en aangepast te krijgen.

Dit intensieve traject vroeg veel van de leerling, ouders, de school en alle betrokkenen, maar zorgde ervoor dat de leerling 'gewoon' op de eigen school kon blijven. Na vier jaar verliet de leerling na groep 8 zijn basisschool om verder te gaan in het voortgezet onderwijs. Daar was hij/zij klaar voor en ook daar was vooraf gekeken wat nodig was om de juiste school te vinden en daar met succes verder te groeien.

Mijn rol in dit alles was vooral alle lijnen steeds weer bij elkaar laten komen om samen te bepalen wat de volgende stap zou zijn. Hiervoor was het nodig om voortdurend met iedereen in gesprek te blijven zodat hobbels op de weg op tijd in beeld kwamen.

In dit geval vertegenwoordigde ik de school hier (ook) bij. Het belangrijkste waardoor dit alles lukte, was de wens van iedereen die betrokken was om dit te laten lukken voor deze leerling die zelf ook het liefst gewoon op school wilde blijven.

Voorbeeld 2: Verhuisleerling groep 8

De directeur van een school vroeg hulp voor een leerling die uit een ander deel van het land verhuisde en aangemeld was op zijn school. De leerling leek meer ondersteuning nodig te hebben dan de school kon bieden. Op haar vorige school was een afdeling voor speciaal basisonderwijs waar zij extra ondersteuning van kreeg, de nieuwe school had dit niet.

Om het beeld goed duidelijk te krijgen, sprak ik met de ouders, de leerling en de directeur van de nieuwe school. In het gesprek werd helder wat de leerling nodig had en wat de school hierin op dat moment kon bieden. Het was duidelijk dat deze twee dingen niet goed op elkaar aansloten.

Met de ouders en de leerling werd afgesproken dat er onderzocht ging worden op welke manier en waar de leerling het beste aan de slag zou kunnen. Hierbij werd ook alvast gekeken naar het volgende jaar, waarin de leerling naar het voortgezet onderwijs zou gaan. Na een jaar weer van plek wisselen was misschien noodzakelijk, maar niet ideaal.

Ik organiseerde een gesprek waarbij het samenwerkingsverband van zowel de het basisonderwijs als het voortgezet onderwijs aan tafel zaten met de basisschool voor speciaal onderwijs (SO), iemand namens het voortgezet speciaal onderwijs (VSO) en de school waar de leerling na de verhuizing was aangemeld. Gezamenlijk bekeken we wat de beste oplossing zou zijn en wat de mogelijkheden in de stad waren.

De leerling had zoveel extra ondersteuning nodig dat dat niet kon worden gerealiseerd op de reguliere school waar was aangemeld. In eerste instantie werd gedacht dat een plek in de brugklas bij het VSO de beste plek zou zijn. Daar was helaas geen plek. Een tweede goede mogelijkheid was een plek in groep 8 op het SO. Daar zou de leerling in een groep komen, waarvan de meeste klasgenoten een jaar later ook door zouden stromen naar de brugklas van het VSO.

Met de leerling en de ouders werd deze laatste mogelijkheid besproken, waar zij direct mee instemden. De leerling startte kort daarna in groep 8 op het SO en ging een jaar later naar de brugklas in het VSO, samen met een aantal van haar klasgenoten.

Voorbeeld 3: Een kleuter die niet tussen 30 andere kleuters past

Een half jaar voordat hij 4 jaar werd, werd de inschrijving van een nieuwe leerling geactiveerd. Deze leerling had een zus die al op de school zat. Bij het activeren van de inschrijving bleek dat hij op dat moment naar een medisch kinderdagverblijf ging. Dit wees erop dat er misschien meer ondersteuning nodig zou zijn voor de start in groep 1.

In overleg met de ouders ging ik langs op het medisch kinderdagverblijf om te zien hoe het daar ging. De leerling zat in een groep van 6 kinderen met ongeveer dezelfde leeftijd en de groep had twee begeleiders. Het was overduidelijk dat deze kleine setting met intensieve begeleiding voor hem noodzakelijk was. Ook was helder dat voor deze leerling een plek in een 'gewone' kleutergroep niet passend zou zijn te maken. Zo'n groep groeide destijds in de loop van het jaar naar 30 leerlingen. Er was wel wat extra ondersteuning bij zo'n grote groep, maar zelfs 1-op-1 begeleiding zou niet voldoende zijn hier. Er zouden veel te veel prikkels zijn waartegen extra begeleiding niet voldoende zou helpen. Er moest worden uitgekeken naar een andere plek.

Eerst was een gesprek nodig met het samenwerkingsverband. Door hen was aangegeven dat deze leerling goed op de plek zou zijn op een reguliere school. Dit werd een stevig gesprek met als resultaat een vervolggesprek met ouders, het samenwerkingsverband, de school waar de leerling was aangemeld en een school voor speciaal basisonderwijs (SBO).

In dit gesprek werd voor iedereen duidelijk dat een plek in een groep van 30 kleuters niet passend was voor deze leerling en dat ook in de volgende jaren meer ondersteuning nodig zou blijven dan op de reguliere school geboden kon worden. Iedereen meende dat een plek op het SBO passender zou zijn, waarbij het nog de vraag was of een plek in het SO misschien nog passender zou zijn.

Mijn rol in dit alles was om eerst zelf goed geïnformeerd te raken en daarna alle 'lijntjes' aan elkaar te knopen. Ik zorgde ervoor dat iedereen die betrokken moest zijn aan tafel kwam zitten om zo samen de meest passende plek voor deze leerling te vinden.

Uiteindelijk werd door het samenwerkingsverband een toelaatbaarheidsverklaring (TLV) afgegeven voor het SBO. Hier startte de leerling, waarbij in het eerste jaar bleek dat er nog meer ondersteuning nodig was dan al verwacht. Het tweede schooljaar startte hij/zij in het SO waar de meest passende plek bleek te zijn.

Misschien lijkt het verhaal van jouw kind op een van deze voorbeelden, misschien ook niet. Wat steeds terug komt (en waarschijnlijk ook in jouw verhaal), is hoe ingewikkeld het kan zijn als het niet als vanzelf gaat met jouw kind op school.

Als er meer nodig is, heb je met allerlei partijen te maken en is het soms lastig om door alle bomen het bos te zien. Jij wil één ding: de best passende plek voor jouw kind. Scholen en instanties hebben te maken met jou en je kind en daarnaast ook met allerlei andere mensen en belangen.

Het kan heel lastig zijn om als ouder goed geïnformeerd te zijn en goed in gesprek te blijven wanneer het niet goed gaat met je kind. Ik kan dan met je meekijken naar mogelijkheden en onmogelijkheden, zorgen voor duidelijkheid zodat je weer verder kan.

Als in ons eerste gesprek blijkt dat ik je niet goed of voldoende kan helpen, verwijs ik je zo goed mogelijk door. Uiteindelijk is ook mijn doel de meest passende onderwijsplek voor jouw kind.